Ons embleem:
Dit embleem werd ontworpen door Michel Veestraeten °1934.
Hij was bestuurslid van onze vereniging van 1990 tot aan zijn overlijden in 1992.
Michel was schoolmeester en later directeur van de lagere school van Nieuwe-Kempen Opglabbeek.

Geschiedenis van Opglabbeek

De parochie Op- en Neerglabbeek behoorde destijds tot het landdekenaat Maaseik in het prinsbisdom Luik.

Opglabbeek is toegewijd aan de H. Lambertus (Maastricht, circa 635), bisschop van Maastricht en  Tongeren vanaf 670. Deze patroonheilige staat bekend om zijn bekeringswerk in Taxandrië. Samen met de Sint-Hubertuskapel van Neerglabbeek, die een aanhangsel was van de Sint-Lambertuskerk van Opglabbeek, waren deze twee kerken in het bezit van de graven van Loon.

Voor zijn dood in 1218 schonk graaf Lodewijk II van Loon de kerken van Op- en Neerglabbeek, met de tienden en aanhorigheden ervan aan de Norbertijner abdij van Averbode. Deze schenking werd in een charter van 1219 door zijn broer en opvolger Arnold III bevestigd. Van dan af oefende de abdij van Averbode het patronaatsrecht uit over deze twee kerken. Dit hield in dat de abt de parochiegeestelijken aanstelde en de tienden van de parochie inde. In ruil daarvoor moest de abt de geestelijken vergoeden en de kerkgebouwen onderhouden.

Het klooster van de Norbertijnen van Averbode werd in 1135 gesticht door de graven van Loon. Zij zagen in dit klooster een huisklooster en begiftigden het met bezittingen en kerkelijke rechten. Deze namen toe tot in de 14de eeuw. Toen nam een witheer van Averbode de zielzorg in Opglabbeek waar.

In 1366 werd het graafschap Loon ingelijfd door het prinsbisdom Luik. De prinsbisschop liet zich ter plaatse vervangen door de drossaard van Stokkem. Deze laatste was vooral bevoegd wat betreft de rechtspraak.

Met de tachtigjarige oorlog (1568-1648) brak voor onze gewesten een rampzalige periode aan: tot het einde van het Ancien Régime zouden vreemde troepen de Loonse bevolking blijven teisteren. In deze periode ontstonden ook de eerste schansen. Het waren verdedigingswerken, gebouwd door de plaatselijke bevolking om zich te beschermen tegen de plaatselijke bendes. De schutterijen daarentegen, die ook uit deze periode dateren, waren een soort burgerwacht.

Na de vrede van Munster in 1648 opereerden de Lorreiners  (o.l.v. Karel IV van Lorreinen) in onze streken. Een bloedig treffen tussen de Lorreinen en de Boerenkrijgers had plaats in december 1648 op de Donderslagse heide te Meeuwen. 27 inwoners van Opglabbeek lieten er het leven.

Tot 1672 bleef het vrij rustig in Loon, maar met de Hollandse oorlog begon het krijgsgeweld opnieuw. Die periode (1672-1678) werd gekenmerkt door zware oorlogsuitgaven. De financiële put werd nog dieper tijdens de Negenjarige oorlog (1688-1697). In het begin van de 18de eeuw was heel Europa betrokken bij de Spaanse successieoorlog. Frankrijk stond tegenover het blok Oostenrijk, Engeland en de Verenigde Provincies.

De Engelse generaal John Churchill, hertog van Marlborough (Malbroek) voerde het bevel over de geallieerde troepen. Deze figuur speelt nog steeds een rol in de plaatselijke folklore.

De Franse revolutie was voelbaar tot in onze gewesten. De Luikse omwenteling in het prinsbisdom Luik  was er het gevolg van. Revolutionairen of Patriotten verdreven prinsbisschop Hoensbroek en leverden slag met de Palatijnen (Pruisische troepen die de prinsbisschop steunden). Voor de gemeente begon de financiële ellende opnieuw.

De annexatie bij Frankrijk in 1795 betekende het einde van het prinsbisdom Luik en luidde het begin in van een nieuwe periode in de geschiedenis. De Fransen voerden een aantal hervormingen door die uitzicht en organisatie grondig veranderden. Zo werd het gebied ingedeeld in departementen, kantons en gemeenten.

Behalve de kerkvervolging lokte sinds 1798 de algemene dienstplicht, voordien in Loon onbekend, overal verzet uit. De weerstand hiertegen resulteerde in de Boerenkrijg van Hasselt (5 december 1798). Er zijn geen aanwijzingen dat er Opglabbekenaren bij de strijd betrokken waren.

Na de nederlaag van Napoleon te Waterloo in 1815 begon voor ons de periode van het verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In de recente geschiedenis van Opglabbeek vinden we weinig ophefmakende momenten.

De opkomst van de mijnen in het begin van deze eeuw, opende nieuwe perspectieven voor de plaatselijke landbouwers. De sluiting van de mijnen in de zestiger jaren betekende dan ook een zware klap voor de meeste inwoners van onze gemeente. Gelukkig werd de dreigende werkloosheid grotendeels opgevangen door de opkomende industrie. Opglabbeek kreeg immers een heus industriegebied, waar sommige bedrijven zelfs internationaal belang hebben.

Opglabbeek, dat bestaat uit 3 woonkernen, Centrum, Louwel en Nieuwe Kempen, kan momenteel prat gaan op haar moderne infrastructuur. Deze tendens zal ongetwijfeld verdergezet worden in de toekomst.

naamverklaring

Genoemd naar de ligging bij een gladde, heldere beek.

1219 en 1224 Glatbeke    

1239 Gladebeke     

1284 Opglabbeke

1549 Ghelabbeck   

1565 Opgelabbeek            

1677 Opgelabeeck

1722 Opglaebbeeck

Bron: Webstek van de Gemeente Opglabbeek

Opglabbeek centrum voor 1957.

Opglabbeek cetrum na 1957.

Centrum (voor de dorpsherwaardering)

Gemeentehuis (voormalige Norbertijnen pastorie)

Sint - Lambertuskerk Centrum anno 1946

Opglabbeek centrum anno 1990